Kinderen mogen niet de dupe zijn van het feit dat hun ouders de rekeningen niet meer kunnen betalen; scholen kunnen er evenmin voor opdraaien. Principieel is het onderwijs gratis, doch in de praktijk wordt vastgesteld dat dit niet zo is. De kosten die door de school aan de ouders worden doorgerekend creëren een scheiding tussen de verschillende scholen, en zelfs tussen leerlingen binnen dezelfde school. Wat dan weer een hypotheek legt op de verdere ontwikkelingskansen van betrokken kinderen en jongeren.
De inrichtende machten en de overheid hebben een belangrijke rol te vervullen om de toegang tot het onderwijs democratisch te houden. Vele scholen zeggen de problematiek niet aan te kunnen omdat ze kampen met budgettaire problemen. Daarom moet ook veel aandacht gaan naar ingrepen die kunnen leiden tot besparingen in het schoolbudget. Voor een duurzaam en tegelijk goedkoop onderwijs is het opstellen van een schoolcode een eerste stap, maar binnen de school is een proces nodig waarbij zowel de schoolcode als de toepassing ervan de kosteloosheid van het onderwijs maximaal garanderen.
Vervolgens dienen de neuzen zoveel mogelijk in dezelfde richting gezet, wat niet evident is. Directie en leerkrachten, leerkrachten onderling, ouders, leerlingen… denken vaak heel uiteenlopend over concrete vragen als:
- Wat met ouders die hun rekening niet kunnen betalen?
- Kunnen de fotokopiekosten omlaag?
- Voor wie komt het solidariteitsfonds tussenbeide?
- Hoe ziet men het excursiebeleid?
Er zijn dan ook twee belangrijke dimensies waar – procesmatig – dient aan gewerkt:
- vorming (visievorming, het proces in gang zetten om tot resultaten te komen die verder reiken dan op zichzelf staande geïsoleerde initiatieven);
- tot uitdrukking brengen van de wil tot solidariteit op school, zonder dewelke goedbedoelde maatregelen geen lang leven beschoren is.
Misschien verrassend maar evenzeer toe te juichen is de brede bereidheid om het onderwijs principieel vanuit algemene middelen te bekostigen. Dit is immers de beste weg om uitsluiting van kinderen uit kansarme middens tegen te gaan. Het is onaanvaardbaar dat de schoolkeuze mede bepaald wordt door financiële overwegingen, en dat zodoende het onderwijsaanbod voor kinderen uit sociaal sterke milieus verschilt van dat voor kinderen van kansarme ouders.
Dé uitdaging is en blijft om aan ieder kind (ouders) werkelijke vrijheid van onderwijs te garanderen, wat niet het geval is als bijvoorbeeld de schuldbemiddelaar of budgetbegeleider de schoolkeuzemogelijkheden beperkt. De democratisering van het onderwijs komt in het gedrang wanneer scholen moeten kiezen tussen een profiel van ‘open school voor iedereen’ of van ‘school met kwaliteit’.
Om die reden komt SOS Schulden op School op voor een totaalbenadering waarbij het werkelijk kosteloos onderwijs mogelijk gemaakt wordt vanuit een bundeling van maatregelen. Van belang zijn:
- Onderwijstoegang is theoretisch gratis, alle hindernissen die dit in de weg staan moeten worden weggewerkt.
- De eindtermen betreffen een wettelijke verplichting en mogen dus geen bijkomende kosten voor de ouders opleveren.
- Aanvullende kosten die vanuit de school aangerekend worden vormen een basis van profilering maar ook van uitsluiting. Een breed debat hierover is nog niet echt op gang gekomen. Het resultaat ervan zou moeten zijn: striktere afbakening van wat wel en niet kan, gelijke kansen voor elke school om het pedagogisch aanbod zinvol te verruimen, gekoppeld aan sociale hulp voor wie desondanks nog uit de boot dreigt te vallen.
Een gecoördineerd en doordacht beleid voor een ‘voor iedereen toegankelijk en kwaliteitsvol onderwijs’ gaat dan ook verder dan fragmentaire oplossingen die niet afdoende zijn om de toenemende dualisering in het onderwijslandschap tegen te gaan.
SOS Schulden op School in 'School zonder Schulden'.
|