StartpaginaRecht & onrechtOpinie

Steeds meer scholen in Vlaanderen hebben problemen met het onbetaald blijven van de schoolrekeningen. Getuigenissen van directies, leerkrachten en oudercomités wijzen er op dat gezinnen de uitgaven voor onderwijs noodgedwongen opofferen om een eerste “sanering” door te voeren in het gezinsbudget.

De gevolgen hiervan zijn niet te onderschatten. Wie is het kind van de rekening?

In de eerste plaats het kind zelf. Het wordt bestempeld als armoedezaaier en wanbetaler, want het blijft weg van school wanneer één of andere rekening zich aandient, het neemt niet deel aan de schoolreis en het weigert mee te gaan naar het zwembad. Door deze uitsluitingsmechanismen kan het kind zijn kansen op maatschappelijk succes niet verdedigen. Het ergste wat een kind kan overkomen is een etiket opgeplakt te krijgen waardoor het in de neerwaartse spiraal van armoede blijft en dit als een vernedering moet ondergaan. Ligt hier een factor van de schoolmoeheid die is gebleken uit cijfers van het onderwijstijdschrift Yeti?

En wat gezegd over de vooroordelen waarmee het kind krijgt af te rekenen? Het gezin heeft wel een auto, een televisie of een gsm, maar de rekeningen op school worden niet betaald. Wat doet de samenleving naar aanleiding van de gsm-hype? Worden mensen beschermd tegen het “reclame geweld”?

Weerbaarheid tegen de consumptiegerichte maatschappij en het leren beheren van het budget zijn opdrachten voor het onderwijs. In het kader van onze plaatselijke actie “Schulden op School” heeft één van onze convenanten een project rond budgetbeheer opgenomen in de opleiding. Het kan als een voorbeeld worden beschouwd. Scholen hebben tenslotte de plicht kinderen bewust te maken van de maatschappij waarin wij leven en de gevaren waaraan ze ons blootstelt.

Naast het kind en zijn gezin is de school de tweede gedupeerde in het schuldenverhaal. Ze geeft geld uit aan zwemmen, opvang, warme maaltijden… maar ontvangt geen geld terug voor deze vormen van dienstverlening. Directies en leerkrachten zitten, geplaatst voor problemen die, vaak strikt genomen, buiten de pedagogische opdracht vallen, met de handen in het haar. Bovendien ziet elke onderwijsinstelling zich geplaatst voor een beheersformule met sluitende budgetten. De school kan zich geen verliezen veroorloven, de balans van de verschillende uitgaven -en inkomstenposten van de schoolbegroting moet in evenwicht zijn. Een logische evolutie maar met ongewild negatieve gevolgen.

Voor de eerste maal sinds het schoolpact duiken er problemen op die een bedreiging vormen voor de opleiding van onze kinderen. Het schoolpact, opgesteld in een consensus sfeer en met de bedoeling de zuilen te vrijwaren, kon deze maatschappelijke evolutie niet inschatten. Het onderwijsthema is opnieuw een van de grote uitdagingen geworden. Het spraakmakende gelijkekansendecreet kan niet meer uitgesteld worden. Sociale ongelijkheid is niet te dulden en de symptomen wijzen er op dat de hierboven aangehaalde schuldenproblematiek nog zal toenemen. Voor hen die een hoge opleiding psychisch aankunnen en daarvoor ook de nodige financiële middelen hebben, is een mooie toekomst weggelegd. Voor de anderen nemen de gevaren alsmaar toe. De zogenaamde hooggeschoolde maatschappij dreigt steeds meer mensen uit te sluiten. Wij moeten vermijden dat ze de kiem vormen voor stromingen die op de toekomst van onze actieve welvaartstaat een hypotheek leggen. Onderwijs is meer dan ooit belangrijk, zeer belangrijk.

Het hoeft geen betoog dat de inrichtende machten en de overheid een belangrijke rol te vervullen hebben om de toegang tot het onderwijs democratisch te houden.

Een voorbeeld. Electrabel heeft berekend dat een school gemakkelijk tot 35 % kan besparen op energie. Zo ook op papierverbruik, op afvalverwerking, op water, .3

Volgens Milieuzorg op School zijn er honderd-en-één domeinen waarop door attitudewijziging geld kan worden bespaard. In onze beurskrant zijn tal van voorbeelden van besparingsmogelijkheden opgenomen die in sommige scholen reeds worden toegepast. Besparingen kunnen leiden tot een evenwichtiger beheer van de middelen en dus de toetredingskost tot het basisonderwijs doen dalen.

Kinderen mogen niet de dupe zijn van het feit dat hun ouders de rekeningen niet (meer) kunnen betalen. Scholen kunnen er evenmin voor opdraaien. Wij benaderen beide aspecten met als enig doel: “goed(koop) onderwijs”.

De bevinding, zoals verwoord in het Algemeen Verslag over de Armoede dat: “de school nog steeds de plaats is waar het verschijnsel van maatschappelijke uitsluiting wordt bevestigd” kan en moet worden doorbroken.

Gratis onderwijs staat of valt dikwijls met en door de “solidariteit” van ouders, leerkrachten en directies. Op zich is er niets op tegen dat feestjes worden georganiseerd, wafels gebakken of toneelstukjes opgevoerd. Integendeel het bevestigt de betrokkenheid van de gemeenschap aan de opleiding en toekomst van onze kinderen. Het is echter ondenkbaar dat scholen louter en alleen op dergelijke initiatieven moeten steunen om de problematiek van uitsluiting in het onderwijs te bestrijden.


Roger D’Hondt, voorzitter SOS Schulden op School
Opening Beurs voor goed(koop) onderwijs, Aalst - 7 mei 2003

Studiekosten basisonderwijs (05-2003)
Reactie van een ouder (12-2004)
Site-overzicht