Omgaan met kansarme kinderen: waarom zo moeilijk? De hoofdreden dat het werken met kansarme kinderen door leerkrachten veelal als moeilijk wordt ervaren, is dat zij zelf meestal uit de middenklasse afstammen. Dit maakt dat het zich inleven in de wereld van het kansarme kind vaak niet gemakkelijk is. Nochtans is voeling hebben in dergelijke situaties juist heel belangrijk. Hoe kan dit gevoel dan toch bereikt worden? - Het beseffen van de enorme wederzijdse invloed van de 4 W’s – Weten, Welzijn, Werken, Wonen - kan je vooruit helpen bij die inleving. Dit erkennen doet inzien dat armoede echt wel een vicieuze cirkel is. Wie arm is, wordt dus gewoonweg continu beperkt, zowel materieel als immaterieel. - Verder is het ook belangrijk bij elk probleem van een kansarm kind verder te denken dan het gedrag, dan datgene wat je ziet. Het zoeken naar de beleving van het kind – de ‘binnenkant’ – en naar de achterliggende gefrustreerde basisbehoefte kan helpen milder te worden. Als je namelijk inziet dat er een probleem is en erbij stilstaat, vermijd je je te ergeren en je gevoelens op het kind uit te werken. - Het is ook belangrijk dat je stilstaat bij datgene wat wèl gaat, wat je wèl al hebt bereikt en dus niet bij datgene wat niet lukt. - Wie met kansarme kinderen in contact komt, moet ook beseffen dat je alleen slechts weinig kan doen. Samenwerking is vereist om de mensen echt verder te helpen. Een goed inschrijvingsgesprek met de ouders is een eerste stap om de drempel naar de school toe te verlagen. |