Het centrum voor ervaringsgericht onderwijs houdt zich voornamelijk bezig met de navorming voor leerkrachten van het basisonderwijs.
Kansarmoede Kansbevorderend werk op school roept allereerst een omschrijving op van 'kansarmoede'. Kansarmoede is een duurzame toestand waarbij mensen beknot worden in hun kansen om voldoende deel te hebben aan maatschappelijk hooggewaardeerde goederen zoals onderwijs, arbeid en huisvesting. In het onderwijs zitten vooral mensen uit de middenklasse, daarom is belangrijk om een extra inspanning te doen om ons te kunnen inleven in de samenleving van kansarme kinderen. Armoede heeft zes selectiecriteria: - het maandinkomen van het gezin, - de opleiding van de ouders, - de ontwikkeling van de kinderen, - de arbeidssituatie van de ouders, - de huisvesting - en de gezondheid. Wanneer een gezin aan drie of meer criteria negatief beantwoordt, wordt het als kansarm beschouwd.
De vier w's van kansarmoede - welzijn, wonen, werken en weten - hebben een grote invloed op elkaar. Wanneer je weinig weet vind je moeilijk werk. Wanneer je goed werk vindt voelen we ons goed in ons vel. Wanneer je een goed werk hebt kan men goed wonen en wanneer men goed kan wonen hebben we een goed welzijn. We kunnen dus concluderen dat deze vier w's een onderling verband hebben.
Als je onder de helft van het gemiddeld inkomen zit word je als kansarm beschouwd. Er blijkt dat één op drie arme kinderen in het buitengewoon onderwijs terechtkomt.
Kansarmoede is sterk geconcentreerd in een beperkt aantal gemeenten. De helft van alle kinderen geboren in een kansarm gezin woont in vijftien steden. Deze steden zijn Antwerpen, Gent, Mechelen, Aalst, Beringen, Heusden-Zolder, Brugge, Diest, Oostende, Menen, Genk, Ronse, Vilvoorde, Kortrijk en Roeselare. De meeste kansarme gezinnen hebben te maken met een complex geheel van problemen zoals reeds vernoemd.
De beleving van kansarmoede op school verschilt naargelang het om leerkrachten, ouders of kinderen gaat.
De omgaan met kansarme kinderen is vaak niet eenvoudig.
Actie
Werken aan meer welbevinden en betrokkenheid zijn enkele mogelijkheden tot actie om kansarmoede op school te beperken. In relatie tot de pijnpunten zijn dit: de eerste schooldagen, geldophalingsmomenten, drink- en eetmomenten, schoolspeelplaats, momenten waarbij taal een rol speelt, een vriend kiezen, conflictsituatie, schoolzwemmen, verjaardagen, schoolfeesten, feesten, vermoeidheidspieken, abonnementen, materiaal meebrengen van thuis, uitstappen, huiswerk, de leerinhouden, afspraken, briefwisseling met ouders, contactmomenten, landing op school na een weekend, een vakantieperiode.
Heel belangrijk is de teamgeest tussen ouders en leerkrachten. Dit kan men eventueel bekomen wanneer de ouders hun kinderen inschrijven bij het begin van het nieuwe schooljaar.De leerkrachten moeten zich op het niveau van de ouders zetten door b.v. hun woordkeuze te veranderen, gebruikmaken van dialect. Vele ouders verkiezen liever een gesprek met het CLB terwijl anderen geen vertrouwen hebben in het CLB.
Conclusie
Door kansarme kinderen te laten ervaren "iemand is bekommerd om mij, er draagt iemand zorg voor mij", ontwikkelen deze kinderen vertrouwen. Door het zelf ervaren hebben van zorg, bekommernis, verbondenheid, worden deze kinderen innerlijk krachtiger. We kunnen dit echt wel veel doen. Maar ook als we soms beperkt zijn in het wegnemen van de draaglast kunnen we extra investeren in het ontwikkelen van een grotere draagkracht. Daardoor kunnen ze beter om met hun eigen frustraties en zullen ze later ook meer zorg kunnen geven aan anderen. |