... als leerkracht In de eerste plaats spelen de belevingskernen van de leerkrachten, hoe zij ermee omgaan, een belangrijke rol. Dat gaat van bezorgdheid tot medelijden, vooroordelen en onwetendheid, engagement en twijfels, machteloosheid en irritatie, leeggezogen, zich onbegrepen voelen, succes ervaren en hoopvol zijn voor de toekomst. Wie als leerkracht met kansarme gezinnen te maken krijgt, voelt zich veelal onmachtig. Het probleem wordt erkend, maar vaak overheerst een gevoel van berusting en aanvaarding. Een gevoel van het wel willen helpen maar het niet weten hoe. Ook van irritatie en woede is soms sprake.
... als ouder In de tweede plaats tellen de belevingskernen van de ouders ook mee. Ze hebben een schaamtegevoel en een gebrek aan eigenwaarde, ze zijn wantrouwig, voelen zich benadeeld en reageren emotioneel, ze verbergen zich en vragen toch veel aandacht, ze leven van dag tot dag….en toch ervaren ze de school als een boeman of een droomfabriek. Bij ouders zorgt het arm zijn vaak voor gevoelens van frustratie. Bovendien gaan zij door het leven met een erg negatief zelfbeeld. Opvallend is dat deze ouders altijd hopen en willen dat hun kinderen het beter (zullen) hebben dan zijzelf. We kunnen dit oplossen door ze af en toe aan huis te bezoeken waardoor de ouders positief reageren want ze willen dat hun kinderen het beter hebben dan zij.
... als kind Het allerbelangrijkste zijn de belevingskernen van de kinderen. Zij hebben een schaamte- en minderwaardigheidsgevoel, gebrek aan zelfvertrouwen, ze voelen zich opstandig, ze willen de moed opgeven, vragen aandacht en compenseren dat met een stoer gedrag, sluiten zich af van de buitenwereld, hebben een vreemd gevoel… De moeilijke momenten op school voor de kinderen die in armoede leven zijn o.a. de periode na een vakantie, excursies, voor een vakantie want ze voelen zich veilig op school niet thuis. Dan worden zij immers nog eens heel specifiek met hun ‘anders zijn’ geconfronteerd.
|